Een boom verplaatsen lijkt misschien eenvoudig: uitgraven, ergens anders neerzetten en weer laten groeien. In de praktijk komt er echter meer bij kijken. Bomen hebben een uitgebreid wortelstelsel dat gevoelig is voor beschadiging en veranderingen in de bodem.
Wie een boom wil verplanten, doet er daarom goed aan om zorgvuldig te werk te gaan. Met de juiste voorbereiding en techniek vergroot je de kans dat de boom gezond blijft en goed aanslaat op zijn nieuwe plek.
Kies het juiste moment
Het moment waarop je een boom verplant, is belangrijker dan veel mensen denken. De meeste bomen verplaats je het best in de rustperiode, meestal tussen het late najaar en het vroege voorjaar. In deze periode groeit de boom nauwelijks en kan hij zich beter aanpassen aan een nieuwe standplaats.
Tijdens het groeiseizoen verplanten kan stress veroorzaken, omdat de boom dan energie nodig heeft voor bladeren en nieuwe scheuten. Door te wachten tot de rustperiode, geef je de boom de kans om zijn wortels opnieuw te ontwikkelen voordat de groei weer op gang komt.
Let ook op de weersomstandigheden. Vermijd vorstperioden of extreem natte grond, omdat dat het werk lastiger maakt en de wortels kan beschadigen.
Voorbereiding van de nieuwe plek
Voordat je begint met graven, is het verstandig om eerst de nieuwe standplaats van de boom voor te bereiden. Zorg ervoor dat het plantgat ruim genoeg is en dat de grond los en voedzaam is. Dit helpt de wortels om zich sneller te verspreiden en opnieuw te groeien.
Een goed plantgat is meestal breder dan de wortelkluit, maar niet veel dieper. De bovenkant van de wortelkluit moet uiteindelijk ongeveer op dezelfde hoogte liggen als op de oorspronkelijke plek. Te diep planten kan namelijk problemen veroorzaken met zuurstof en waterafvoer.
Door vooraf de juiste bodemstructuur te creëren, geef je de boom een betere start op zijn nieuwe locatie.
Het veilig uitgraven van de boom
Bij het uitgraven van een boom is het belangrijk om zoveel mogelijk wortels intact te houden. Begin met het markeren van een ruime cirkel rond de stam. Deze cirkel bepaalt hoe groot de wortelkluit wordt die je meeneemt.
Graaf vervolgens voorzichtig rondom de boom en probeer de wortels zo min mogelijk te beschadigen. Wanneer de kluit loskomt, kun je deze voorzichtig optillen of verplaatsen. Bij grotere bomen kan dit behoorlijk zwaar zijn en is specialistisch materiaal soms noodzakelijk.
In sommige situaties is het daarom verstandig om een specialist in te schakelen. Bedrijven zoals Van Voorthuizen in Gorinchem hebben ervaring met boomverzorging en beschikken over de juiste technieken om bomen veilig te verplaatsen zonder onnodige schade.
Goede nazorg na het verplanten
Na het verplanten begint misschien wel de belangrijkste fase: de nazorg. De boom heeft tijd nodig om nieuwe wortels te vormen en zich aan te passen aan de nieuwe bodem.
Geef de boom in de eerste maanden voldoende water, vooral bij droog weer. Een mulchlaag rond de stam kan helpen om vocht vast te houden en de bodemtemperatuur stabiel te houden.
Daarnaast is het verstandig om de boom tijdelijk te ondersteunen met boompalen. Dit voorkomt dat wind de wortels los trekt voordat ze stevig in de grond zitten.
Met geduld en de juiste verzorging kan een verplante boom zich goed herstellen. Na verloop van tijd zal hij weer groeien alsof hij altijd al op zijn nieuwe plek heeft gestaan.